The Kinecka Project




Ahmet Polat


 


Ahmet Polat (1978) is een maker die in verschillende disciplines werkt: fotografie, film en toneel. Zijn meest recente werk, ‘De Bastaard’, is een kruisbestuiving tussen de drie. Het project wordt momenteel op het toneel ten uitvoer gebracht. Bij de creatie ervan nam Ahmet een filmcamera mee, zodat hij het geheel audiovisueel kon documenteren. Ook achter de schermen maakte Ahmet foto’s; die zijn hier op Kinecka te zien.

Sporen


Culturele sporen kunnen persoonlijk en werelds tegelijk zijn. In de kast in mijn woonkamer staan twee fraaie woordenboeken, ingebonden met rood leer. Gouden letters vertellen wat erin te vinden is: ‘Turks-Nederlands’ en ‘Nederlands-Turks’.

Het zijn woordenboeken die ik meenam uit mijn ouderlijk huis. Niet ter gebruik: ik spreek nauwelijks Turks. De boeken zijn er ter herinnering. Als een tastbare, culturele verwijzing naar mijn achtergrond. Iets dat bovendien erg persoonlijk is.

Links naar rechts: Ahmed, X, X, X, X. Links naar rechts: Ahmet Polat, Michelle Samba, Rashif el Kaoui, Lucas de Man.

Dat dacht ik, tenminste. Tot ik ergens binnenliep en precies diezelfde herkenbare rode kaft en gouden letters zag, in een boekenkast die mij vreemd was. Wat blijkt: het is een uitgave die in meer Turks-Nederlandse huizen te vinden is. Waar ik dacht dat mijn woordenboeken een duidelijke verwijzing waren naar mijn persoonlijke geschiedenis, bleek ik die met anderen te delen. Bekenden en vreemden.

Iets vergelijkbaars gebeurde toen ik naar een verhaal van Ahmet Polat luisterde. Het miezerde. De druppels raakten één voor één en toch ook allemaal tegelijk onze wimpers, neuzen, wangen. Maar dat leek Ahmet niet te deren. Met zijn leren jas open en een sjaal er losjes overheen, kwam hij tot stilstand en draaide zich een kwartslag naar mij om. Hij begon te vertellen.

Pakweg twintig jaar geleden vertrok Ahmet naar het geboortedorp van zijn grootvader in Turkije. Teruggaan was het niet. De reis had iets weg van een ontdekking; hij was op zoek naar sporen. Van zijn grootvader, vader, en in het verlengde daarvan van zichzelf. Het is dan ook toepasselijk dat Ahmet’s grootvader dezelfde naam droeg: Ahmet Polat.






“Teruggaan was het niet. Ahmets reis had eerder iets weg van een ontdekking.”




Die sporen waren er. De jonge Ahmet liep over de stoffige weg naar het dorp. Zijn tas op de rug, als een vreemdeling in een land dat hij toch in het diepst van zijn hart kende. “Ik ben de zoon van Polat,” zei hij in het Turks, een taal die hij toen nog aan het leren was. Iets lichtte op in de ogen van de automobilist die hem vlak daarvoor een lift had aangeboden. Hij gebaarde Ahmet dat hij in moest stappen, en bracht hem direct naar de plek waar hij moest zijn.

Eenmaal gearriveerd herhaalde Ahmet wat hij eerder al zei. “Ik ben de kleinzoon van Polat”. Deze keer zei hij het tegen een stel vrouwen die een huis uit waren gelopen, nieuwsgierig naar de vreemde jongeman. Ook bij de vrouwen was er een blijk van herkenning toen ze zijn naam hoorden. Ze namen Ahmet mee naar binnen en lieten hem plaatsnemen op de kussens op de grond. Onthutst maar tevreden ging hij zitten. Hij liet zijn ogen glijden naar het enige object in de ruimte: de klok tegenover hem.

Daar zag hij het: babyfoto’s van zijn broertje en hem. In een klok die aan de muur gevestigd was, in een huis dat hij niet kende. Vergeeld door de jaren. Bewaard door mensen die hij nog nooit had ontmoet.


“Blijkbaar waren die foto’s ooit bij die mensen terecht gekomen en waren ze al die tijd bewaard gebleven.”


“Toen wist ik: ik zit goed,” zegt Ahmet, zijn blik nog steeds blij verrast. Alsof hij het nog steeds niet helemaal kan geloven. “Blijkbaar waren die foto’s ooit bij die mensen terecht gekomen en waren ze al die tijd bewaard gebleven. Het was een bizarre en tegelijkertijd hartverwarmende situatie. Om zoiets van mijzelf te vinden op een plek waar ik nog nooit was geweest.”

Deze en een heleboel andere ervaringen maakten dat Ahmet tot op zeker hoogte wist wat vriend en theatermaker Rashif El Kaoui te wachten stond toen laatstgenoemde ook besloot zo’n reis te maken. Maar dan naar het geboortedorp van zijn vader, in Marokko. Vooraf vertelde Ahmet daarom het verhaal over de foto’s, inclusief voorspelling dat Rashif ook zoiets zou meemaken. “Rashif wilde het niet horen,” zegt Ahmet. “Hij had net als ik een moeilijke relatie met zijn vader. Ik denk dat hij niet kon geloven dat hij werd gekoesterd in Marokko. Dat er voor hem een plek was daar, en andersom. ”

Of Ahmet’s voorspellingen zijn uitgekomen of niet, is te zien in het toneelstuk en de documentaire die hij samen met Rashif over de reis maakte. Het was een emotioneel project, blikt Ahmet terug. “Ik was mee als regisseur, maar ook als vriend. Een vriend die bovendien iets heel vergelijkbaars heeft meegemaakt. Dat maakte het soms wel moeilijk. Maar ook heel mooi.”




“Ik denk dat Rashif niet kon geloven dat hij werd gekoesterd in Marokko. Dat er voor hem een plek was daar, en andersom.”




“Ik was mee als regisseur, maar ook als vriend. Dat maakte het soms wel moeilijk. Maar ook heel mooi.”








En daar zit een punt van herkenning. Van de rode woordenboeken. Ahmet’s verhaal gaat over de impact van migratie op generaties en de daarbij gepaarde verhouding tussen mens en identiteit. Zeker als dat laatste in meer of mindere mate is kwijtgeraakt. Door verplaatsing, weerstand of verlies. Het is een verhaal dat persoonlijk is, maar ook universeel. Persoonlijk omdat Ahmet op zoek ging naar een wijze waarop hij zich kon verhouden tot zijn Nederlandse en Turkse afkomst; een wijze om de twee samen te brengen. Vandaar zijn reis naar het geboortedorp van zijn vader.

Tegelijkertijd is het een universeel verhaal. Iets dat over individuele- en landsgrenzen heen gaat. Het is een zoektocht die veel mensen met een biculturele achtergrond meemaken. In het bijzonder kinderen van ouders met verschillende afkomsten. Een Turkse vader een Nederlandse moeder. Een Marokkaanse vader een Nederlandse moeder, zoals Rashif. Of een Turkse vader een Brits West-Indische moeder, zoals de tienjarige zoon van Ahmet.

Er schuilt iets paradoxaals in het vinden van zulke culturele sporen. Een gevoel dat bijna net zo lastig te verenigen is als een dubbele nationaliteit. Bij het horen van Ahmet’s verhaal, of bij het zien van rode woordenboeken, komt enerzijds een gevoel van herkenning naar boven; een warm gevoel van thuiskomen. Alsof je na een lange reis weer je woonplaats inrijdt.









Tegelijkertijd onderstreept het een zekere afstand. Een afstand die kil en koud is. Het staat voor iets dat verloren is, en waarbij het voor sommigen toch nodig is om er grip op te vatten, in rode woordenboeken of andere symbolen. En zo is er voor ieder persoon en iedere culturele identiteit een teken van thuis. Juist als dat heel ver weg voelt.

Wellicht bieden de verhalen van Ahmet en Rashif perspectief voor een nieuwe generatie biculturele Nederlanders die met die gevoelens rondlopen. Jonge mensen die een vergelijkbare zoektocht zullen maken, die wellicht ook ooit foto’s van zichzelf zullen vinden.



Voor hen
      ligt er nu
          in ieder geval
                een blauwdruk klaar.
                     Ten tonele en op camera vastgelegd.




Website:        StudioPolat.org
Instagram:    AhmetPolatPhoto

Website theater:        De Bastaard
Website film:             Ik ben een Bastaard