The Kinecka Project




Bob Siers


 


Bob Siers (1990) is kok en bakker. Waar zijn energie nu opgaat in het maken van allerlei soorten ambachtelijke broden, stond zijn leven jaren terug in het teken van fotografie. Hoogtepunt was 2016, toen hij het zelf-gepubliceerde boek XXX - Photographs from 2006 2016 uitbracht. Datzelfde jaar kreeg Bob de Kinecka-camera mee. Die foto’s zijn nu hier te zien. Samen blikken we terug op zijn jaren als fotograaf. En het afscheid ervan.

Einkorn met vijgenjam

Bob Siers bakt ambachtelijke broden. Einkorn met zaden en rozijnen, cruffins met kaneelsuiker, spelt-baguettes. Hij maakt ze in zijn eigen keukentje in Amsterdam-Noord, waar nog nét genoeg ruimte is om alle bestellingen te verwerken. Van vrienden, vrienden van vrienden, kennissen. En op vrijdag stopt hij de baksels in bruine, kartonnen zakken. Mee op de fiets, het IJ over naar het westen. Naar de mensen die ze op zaterdagochtend uit de verpakkingen halen en beleggen met vijgenjam en geitenkaas. Een tip van Bob.


Alles wat Bob als 16-jarige in de donkere stegen van de Wallen zag, kreeg als jongvolwassene  een ander randje.


“Ik heb iets meegenomen voor je,” mompelt Bob, terwijl hij in zijn rugtas rommelt. Het is een warme lentedag, eind maart. Volgens de weerberichten was het op deze dag nog nooit zo warm geweest. Vanuit de schaduw van een Amsterdamse iep overhandigt Bob mij een boek. Zijn naam staat erop, naast een foto van een jonge vrouw met een ondeugende blik in haar ogen. Volle lippen en lange, gekrulde wimpers. En twee jaartallen: 2006, doorgestreept, en 2016. “Het is een boek dat ik jaren terug heb gemaakt. Je mag ‘m hebben.”


Achter de jonge vrouw op de kaft schuilen nog meer vrouwen, evenals mannen, peeskamers, wietplanten, stiletto’s. Het is een tijdsdocument, een blik op de stad die nu al enige jaren Bobs thuis is. Niet zozeer een ode, als wel een vastlegging van een deel van Amsterdam dat steeds meer haar gloed verliest. Zeker nu sekswerkers door de lockdown al maanden niet meer achter de ramen staan. Samen vormen zij toch de ziel van een buurt die in het teken staat van de menselijke ondeugd.

Het boek is een visuele weergave van Bobs herinneringen. Vandaar dat de jaartallen erop staan: 2006, toen hij een tiener was en voor het eerst met zijn Twentse vrienden in de trein stapte naar de hoofdstad. En 2016, toen hij er inmiddels woonde. Alles wat hij destijds als 16-jarige in de donkere stegen van de Wallen zag, kreeg als jongvolwassene een ander randje. Dat gevoel legde hij vast.


Jaren later voelt Bobs fotografieboek wederom aan als een herinnering. Eentje waar tegenstrijdige emoties aan verbonden kunnen worden.



Jaren later voelt XXX - photographs from 2006 2016 wederom aan als een herinnering. Eentje waar tegenstrijdige emoties aan verbonden kunnen worden. Trots en afschuw. Pijn en plezier. Iets dat is, maar voelt als geweest. Zeker nu de gemeente Amsterdam scenario’s verkent die het einde zouden betekenen van de Wallen zoals we die nu kennen.

Ook Bob lijkt met gemengde gevoelens over de foto’s te praten. Hij vertelt dat zijn werk destijds “best wel goed werd opgevangen”. Zijn foto’s kregen ruimte voor een expositie in de Cloud Gallery in Amsterdam, het boek stond in de Volkskrant top-20 van beste fotografieboeken uit 2016 en het was te koop in de museumwinkels van Foam en het Nederlands Fotomuseum. Niet dat Bob daar zelf over begint – een korte zoektocht op het internet laat zien wat hij bedoelt met “best wel goed ontvangen.”

“Ik vind het wel moeilijk aan die periode terug te denken,” zegt Bob dan. “Ik heb het namelijk vrij bewust achter mij gelaten.” Natuurlijk was het bijzonder om naam te maken in die wereld van de galerieën en de feesten en de fotografen. “Maar het was niet per se een hele leuke wereld,” zegt hij. “Er was nogal wat competitie. Mensen bleken niet echt in staat om elkaar wat te gunnen.”

Het boek is niet zozeer een ode, als wel een vastlegging van een deel van Amsterdam dat steeds meer haar kleur verliest.





Na de beslissing om te stoppen in de fotografie, ging Bob aan de slag met zijn enorme liefde voor eten.



Bob staat op en doet zijn rugzak weer om. Dan loopt hij uit de schaduw van de boom, de zon in. “Ik werd er na verloop van tijd niet meer zo gelukkig van,” gaat hij verder. “Dus besloot ik om eruit te stappen. Andere dingen te ontdekken.” Een duidelijk kantelpunt was er volgens hem niet. Een breuk wel. Want foto’s, die maakt hij niet meer. “Daar heb ik op dit moment niet echt meer de behoefte aan.”

Wel is er iets nieuws voor in de plaats gekomen. En dat is koken. Want na de beslissing iets anders te gaan doen, ging hij aan de slag met zijn enorme liefde voor eten. Het vak leerde hij de keuken van FC Hyena, daarna werkte hij met veel plezier voor restaurants BAK en Coba. Plezier dat resoneert in de manier waarop hij over allerlei verschillende gerechten van zijn hand vertelt.







En nu maakt Bob broden. Vooralsnog in zijn woonkeuken. Hij droomt ervan om binnenkort een eigen zaak te openen, bijvoorbeeld in een grote loods in Noord. Met zijn broden én met goede wijnen. Dan stappen zijn vrienden, vrienden van vrienden en kennissen op de fiets, het IJ over, naar Bob toe.



Voor die
        fantastische einkorn
                    met vijgenjam en
                                    geitenkaas.





Instagram: BobSiers